Passage Zacheria

De verschijning van de Heer Jezus Christus en zijn Koninkrijk
Met dit hoofdstuk komt de profetie van Zacharia tot een climax. Er worden namelijk een hoeveelheid verbijsterende gebeurtenissen opgevoerd, die allen eschatologisch van aard zijn. Niet ten onrechte wordt dit deel van Zacharia dan ook "klein Openbaringen" genoemd, want er zijn opvallende paralellen.

Grondtekst bespreking:
Vers-4:
NBG vertaling:
zijn voeten zullen ten dien dage staan op den Olijfberg, die vóór Jeruzalem ligt aan de oostzijde; dan zal de Olijfberg middendoor splijten, oostwaarts en westwaarts, tot een zeer groot dal, en de ene helft van den berg zal noordwaarts wijken en de andere helft zuidwaarts;

Ridderbos:
En zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg, die tegenover Jeruzalem ligt aan de Oostzijde; en de Olijfberg zal middendoor splijten, Oostwaarts en Westwaarts, tot een zeer groot dal; zodat de enen helft van den berg wijkt naar het Noorden en de andere helft naar het Zuiden.

NIV vertaling:
Op die dag zullen zijn voeten op de Olijfberg staan, ten oosten van Jeruzalem, en de Olijfberg zal van oost tot west in tweeën gespleten worden, en daaruit een grote vallei vormen, terwijl één helft van de berg noordwaarts verplaatst wordt en één helft zuidwaarts.

Grondtekst:
En-zij-zullen-staan voeten-van-Hem op-de-dag de-speciale op berg-van de-olijven die/dat naar gezicht-van Jeruzalem op-oosten en-hij-zal-worden-gespleten berg-van de-olijven in- twee-van-hem vanuit-het-oosten en-naar-westen dal groot erg en-hij-zal-bewegen half-van de-berg naar-noorden en-half-van-hem naar-zuiden

Er staat in dit vers een dubbelzegging. Staande in de oude stad van Jeruzalem is de Olijfberg op-oosten, dus oostwaards gelegen. De mededeling naar gezicht-van betekent ogenschijnlijk hetzelfde en is daarom meestal niet door vertalers apart overgezet. De auteur is echter van mening, dat deze vermelding dient om duidelijk te maken, dat de verschijning van de Messias in het zicht van (de bevolking van) Jeruzalem zal zijn.

We lezen:
Zijn voeten zullen ten dien dage staan op de Olijfberg, in het zicht van het oosten van Jeruzalem. Dan zal de Olijfberg in twee delen gespleten worden. Vanuit het oosten tot het westen zal een zeer grote kloof ontstaan. En de ene helft van de berg zal noordwaarts wijken, de andere helft zuidwaarts.

De Exegese

Vers-4a:
Zijn voeten zullen ten dien dage staan op de Olijfberg, in het zicht van het oosten van Jeruzalem.
Dan zal vervuld worden, wat de twee engelen tegen de discipelen zeiden, die Jezus Christus ten hemel zagen opvaren; Handelingen-1:11: Deze Jezus, die van u opgenomen is in de hemel, zal aldus komen, gelijkerwijs gij Hem naar de hemel hebt zien henen gaan.
De verschijning zal binnen zichtafstand van Jeruzalem zijn. Dat wettigt het vermoeden, dat deze plaats niet op de top van de berg gezocht moet worden, maar beneden, aan de westzijde van de berg. Dat is wellicht de hof van Gethsemane, want die is daar gelegen.
De overgebleven Joden in Jeruzalem (de nalezing), zullen de Messias dan verwachten en wellicht aan de oostzijde van Jeruzalem uitkijken naar de plaats, waar Hij zal komen. Dat kan ook, want de afstand bedraagt bij benadering slechts enige honderden meters. Daarin zien we de letterlijke vervulling van Zacharia-12:10b zij zullen Hem aanschouwen, dien zij doorstoken hebben. Vervolgens zal de Messias door de Gouden Poort Jeruzalem binnen trekken. Voor het ene volksdeel, de vrijwillige ballingen, zal dit aanzien een keer ten verderve betekenen, voor het andere volksdeel, de nalezing, een keer ten goede.

In het zicht van het oosten van Jeruzalem
Er is nog een reden, dat de plaats van de "landing" van de Messias onder aan de westzijde van de olijfberg gezocht moet worden, want deze wordt in twee delen gespleten. Het landen op de top wordt dan wel wat moeilijk. Bovendien zou deze splijting wel eens op bevel van de Messias zelf kunnen plaatsvinden. Zijn komst in grote toorn is dan een heel goede reden voor de ballingen uit vers-2 om in die kloof weg te vluchten, die daarop door de Messias zelf gesloten zal worden. Anderen verwachten, dat de nalezing van Juda naar de nieuwe gebouwde tempel zal gaan, om daar de komst van de Messias af te wachten. Aangezien ook die plaats aan de oostzijde van Jeruzalem verwacht kan worden, is deze gedachte niet op voorhand af te wijzen.

De berg
In Matthéüs-17 staat de verheerlijking op de berg beschreven. Deze berg wordt algemeen in het noorden van Galiléa gezocht; dit, op grond van het feit, dat dit zou blijken uit de tekst voor en na dit hoofdstuk. Echter, het hoofdstuk zelf geeft daar geen aanleiding toe. De berg is een uitdrukking, die in het oude-testament staat voor de Sinaï; maar daarna ook voor de Olijfberg. Sommigen denken aan deze berg en het gegeven van Matthéüs-17:1, dat er zes dagen aan deze gebeurtenis vooraf ging, wat opvallend genoeg ongeveer de reistijd van Galiléa naar Jeruzalem is, ondersteunt deze hypothese. Indien het voorgaande waar is, de auteur houdt daar sterk rekening mee, dan is de verheerlijking op de berg een voorvervulling van Zijn komst.

Een heilige plaats
De Olijfberg wordt al in 2-Kronieken-3:1 genoemd als een plaats voor aanbidding. Ezechiël- 11:23 noemt de berg als de plaats, waar de sjechina Gods (heerlijkheid des Heren) rust en sommige rabbijnen zien dit als een aanwijzing voor de plaats van de laatste tempel.
Jezus Christus kwam vaak op de Olijfberg. Daar begon zijn intocht op Palmzondag (Matthéüs-21:1 en Lucas-21:37). Hij overnachtte er regelmatig, nadat Hij in de tempel de schare leerde (Lucas-21:37 en Johannes-8:1). Ook de gebedsstrijd vond plaats op de Olijfberg (Matthéüs-26:30) en de rede der laatste dingen werd ook weer op die plaats uitgesproken (Matthéüs-24:3). En als laatste de Hemelvaart, ook die vond daar plaats (Handelingen-1:2).
De auteur is er van overtuigd, dat in de meeste van de hiervoor genoemde teksten, gesproken wordt over dezelfde plek, dat is de plaats, waar de Heer Jezus zal wederkomen.

Vers-4b:
Dan zal de Olijfberg in twee delen gespleten worden. Vanuit het oosten naar het westen zal een zeer grote kloof ontstaan. En de ene helft van de berg zal noordwaarts wijken, de andere helft zuidwaarts. 

De verschijning van de Jezus Christus gaat vergezeld van een grote aardbeving, waardoor geweldige geologische veranderingen worden veroorzaakt. De Olijfberg wordt in twee delen gespleten, Vanuit het oosten naar het westen. Het oosten, dat is de vlakte van de dode zee en de Jordaan, het westen is de westzijde van de olijfberg, dus begint die kloof vlak voor de oostzijde van de oude stad van Jeruzalem.

Een nieuw landschap
Over de geologische veranderingen, die aan het einde van de Grote Verdrukking zullen plaatsvinden en waarvan het ontstaan van de kloof van vers-4 er één is, geeft de bijbel op diverse plaatsen bericht. Eén ervan vinden we in Ezechiël-47, waar gesproken van de zogenaamde "tempelbeek". Dit blijkt volgens de tekst een rivier te zijn, waarvan het water genezing en buitengewone vruchtbaarheid zal brengen en die haar oorsprong zal hebben in de tempel. De rivier splitst zich vervolgens in twee takken, die oostwaarts en westwaarts afvloeien en deze nemen vervolgens snel in omvang toe.

Over de oostelijke tak lezen we in Ezechiël-47:8 
Dit water stroomt naar de oostelijke landstreek, vloeit af naar de vlakte en komt in de zee; in de zee wordt het uitgestort, zodat haar water gezond wordt.  De Zee, dat is traditioneel de Dode zee en de vlakte is het Jordaan dal. Er wordt dus gesproken over een nieuwe rivier, die via de Jordaanvlakte naar het zuiden afbuigt en in de Rode zee uitmond. Vervolgens stroomt de rivier er ten zuiden ook weer uit en mond uit in de Rode Zee. Dat is niet mogelijk, zult u zeggen, want de Dode zee ligt ver onder de zeespiegel en water heeft nu eenmaal niet de neiging de berg op te stromen. De oplossing is, dat dit diepe dal (slenk), door de grote aardbevingen opgetild zal worden, waardoor dit wel mogelijk wordt. Dan zal de Dode zee meer dan 400 meter omhoog komen en vervolgens leeglopen in de Rode zee.

In Ezechiël-47:1 t/m -12 wordt gedetailleerd over één van de twee stromen (de Tempelbeek) geschreven. Kort samengevat schetst de profeet het volgende beeld:

1. De Tempelbeek zal in de nieuw te bouwen tempel ontspringen en zich in twee stromen splitsen. Die zullen vervolgens zowel aan de west- als aan de oostzijde uit Jeruzalem stromen.
2. Op wonderlijke wijze blijkt de aanvankelijk kleine beek uit te groeien tot een volwassen rivier, want na duizend el blijkt het water enkelhoog te staan; na nog eens 1000 el, kniehoog; na 3000 el op heuphoogte en na het 4e duizendtal blijkt de beek reeds te diep om te kunnen doorwaden.
3. De oostelijke rivier zal afvloeien naar de vlakte (vers-10a), dat is het Jordaandal en vervolgens in de Dode Zee uit te monden; alwaar haar water de zee gezond zal maken.
4. Als gevolg van de genezende werking van het water van de tempelbeek zal de Dode zee uiteindelijk wemelen van vis.
5. Op beide oevers van de beek zullen veel vruchtbomen staan (vers-12), waarvan: 
het loof niet verwelkt en de vrucht niet op raakt; elke maand zullen zij vrucht dragen, omdat hun water uit het heiligdom komt; hun vruchten zullen tot spijze zijn en hun loof tot geneesmiddel.

Een gezonde Dode Zee?
Er wordt nogal wat gezegd, want deze zee is heden zo zout, dat er geen leven mogelijk is. Dat vraagt om nadere gegevens en die vinden we in Ezechiël-47:8.

Allereerst de N.B.G. vertaling:
Hij zeide tot mij: Dit water stroomt naar de oostelijke landstreek, vloeit af naar de vlakte en komt in de zee; in de zee wordt het uitgestort, zodat haar water gezond wordt.
Helaas is deze vertaling niet accuraat. Er wordt namelijk niet gesproken van gezond, maar van het zoet worden van de zee.

We raadplegen de grondtekst:
En-hij-sprak tot-mij de-wateren de-deze degene-die-stromen naar de-streek de- oostelijk en-zij-dalen-af in/erin de-Arabah en-zij-gaan-binnen in-de-zee in/erin in-de- zee degene-die-leeg-raakt dan-zal-deze-zoet-worden de/het-wateren

We lezen:
En Hij sprak tot mij: Dit water, dat naar de oostelijke landstreek zal stromen, zal naar de Arabah afdalen en de Zee binnenstromen en de Zee zal leeglopen en haar water zoet worden.

Nog meer (gedetailleerde) gegevens vinden we in Ezechiël-47:9
En alle levende wezens, die er wemelen, zullen leven, overal waar de beek komt en er zal zeer veel vis zijn, want als dit water daarheen komt, dan wordt (het water van de zee) gezond. Overal, waar de beek komt zal alles leven.

Ook hier is de vertaling helaas niet zuiver, waardoor onduidelijk blijft, wat er nu precies gaat gebeuren.

Nogmaals de grondtekst:
En-hij/het-zal-zijn/geworden alle-van levende-van wezens die zij-wemelen in overal waar hij-stroomt daar rivieren hij/het-zal-leven en-hij/het-zal-zijn/geworden de-vissen talrijk groot/omvangrijk omdat zij-stromen daarheen de-wateren de-deze en-zij-zijn- gemaakt-zoet aldus-hij/het-zal-leven alles/alle-ding waar hij-stroomt daarheen de- rivier

We lezen:
En het zal geschieden, dat het zal wemelen van allerlei levende wezens. Waar de rivieren stromen zal leven zijn. Grote aantallen vissen zullen er zijn, omdat deze wateren daarheen stromen. En het (de Zee) zal zoet gemaakt worden. Alzo zal alles tot leven komen, waarlangs de rivier stroomt.

Volgende vraag is dan, waar dan wel al dat zout zal blijven, wat nu overal in de grond aanwezig is.

Ezechiël-47:11
Maar de moerassen en poelen er van zullen niet gezond worden; zij zijn aan het zout prijsgegeven. 

Ook hier blijkt dus dat de profeet Zacharia uiterst gedetailleerd en logisch verslag te doet.