Aflevering 13: Vrede en bevrijding

vrijdag 30 maart

A. Jesaja 32, Introductie

Dit is een proclamatie van God en die beschrijft in heldere taal een keerpunt in de toekomst.

 

A. Jesaja 32, Introductie

Dit is een proclamatie van God en die beschrijft in heldere taal een keerpunt in de toekomst.

 

B. De Messiaanse Koning; een Toevlucht voor de Storm! – Jesaja 32:1-8

1 Zie, een Koning zal regeren om gerechtigheid te brengen en de vorsten, die heerschappij hebben, zullen onder het rechtmatig oordeel vallen.

Die Koning is Jezus en de vorsten de regeerders van deze wereld. Jesaja spreekt over het einde van De Grote Verdrukking, als de overwinning reeds behaald is. Die vorsten waren vazal van de Antichrist; vijanden van God en koning Jezus zal ze onder het rechtmatig oordeel brengen. Zij zijn des doods schuldig, want ze hebben het bloed van ontelbare martelaren aan hun handen.

2 En het zal geschieden dat die man als een schuilplaats in de wind en een toevlucht voor de storm zal zijn; als stromen water in de woestijn en als een hoge rots in een dorstig land.

Jesaja spreekt over de laatste weken van De Grote Verdrukking. Jeruzalem, waar dan de Antichrist nog zetelt, wordt bedreigd door de koning van het Zuiden en de koning van het Noorden die op hem aanstormen (Daniël 11:41 HSV) en zijn regering stort ineen (Zacharia 14:2a). De Antichrist vlucht en dan komt Jezus terug op de Olijfberg (Zacharia 14:4). Het is een emotioneel moment als de gelovigen de verheerlijkte Christus aanschouwen. Terzelfder tijd arriveert God in een wolk-kolom en zet zich boven Sion, waar Hij zal wonen en dat biedt gelovigen volledige bescherming.

3 Dan zullen de ogen van hen die het zien, niet meer verduisterd zijn en de oren van hen die het horen, opmerkzaam.

Grote gebeurtenissen buitelen over elkaar heen. Want de bedekking, de straf van God die zoveel eeuwen op het volk Israël gelegen heeft, verdwijnt in de Eindtijd. Het gezuiverde Israël krijgt inzicht en begrip van Gods Raadsplan. Zacharia 12:10 (HSV) noemt dat de Geest van de Genade en de Gebeden. Die wordt uitgestort over het huis van David* en de bewoners van Jeruzalem.

* Dit is niet etnisch bedoeld. Het huis van David ‘nieuwe tijd’ zijn allen die Jezus Christus volgen.

4 En een onbezonnen hart zal inzicht verkrijgen en kennis. De tong van de stamelaars zal zich inspannen duidelijk te spreken.
5 Een dwaas zal niet langer als vooraanstaand worden beschouwd, noch een schurk respectabel.
6 Want een dwaas spreekt dwaasheid, zijn hart is op ongerechtigheid gericht; op het bedrijven van onreinheid en om lasterlijk over Jahweh te spreken. Zelfs om het innerlijk van de hongerige leeg achter te laten en de dorstige het drinken te onthouden.
7 En de methodes van een schurk zijn verdorven. Hij toch beraamt schandelijke plannen, om de zachtmoedige te gronde te richten door bedrieglijke woorden en bij het vellen van een oordeel.
8 Maar een edel mens zint op edele daden en hij zet zich in voor al wat edel is.

In de nieuwe wereld van het Messiaanse Rijk is de Bijbel een open boek geworden. Jesaja 11:9 getuigt: want de aarde zal vol zijn van de kennis van Jahweh. Dan gelden op aarde andere waarden dan in onze huidige maatschappij. Prestige wordt niet meer verkregen op basis van geld en macht, maar door God te dienen en zijn wetten te volgen. De tekst spreekt verder voor zich.

 

C. Gij Vrouwen van Juda, beef! – Jesaja 32:9-14

De profetie doet weer een reuzenstap terug in de tijd (zoals zo vaak gebeurt in het boek Jesaja), want die spreekt over het laatste jaar dat Juda (onder koning Zedekia) nog vrij is, ruim één jaar (vers 10) voordat koning Nebukadnezar het beleg om Jeruzalem slaat. De catastrofe is op handen.

9 Gij vrouwen, die zo zelfgenoegzaam zijt, sta op en luister naar mijn stem! Gij onbezorgde dochters, hoor wat ik te zeggen heb!
10 Over ruim een jaar zult u, die zich onbezorgd voelt, sidderen, want de druivenoogst zal mislukken en de fruitoogst zal uitblijven.
11 Beef, gij die zelfgenoegzaam zijt! Sidder, Gij die onbezorgd zijt! Ontkleed u, ontbloot u en omgordt de heupen!
12 U zult as op uw borsten strooien vanwege de prachtige akkers en de vruchtbare wijnstokken.
13 Het land van mijn volk zal overwoekerd worden met doorns en distels, ook over alle huizen van plezier in de uitgelaten stad;
14 – Want vestingen zullen opgegeven worden, een bevolking zal een stad verlaten – rotsspelonken zullen voortaan als bolwerk en uitkijk dienen –; dit tot vreugde van wilde ezels, een weidegrond voor kudden; tot de Geest van hierboven wordt uitgestort.

Dit schetst een beeld van ondergang door het leger van Nebukadnezar. Juda ontvolkt en wordt overwoekerd met doorns en distels. Mensen verstoppen zich in spelonken om te overleven. Het land wordt prijsgegeven aan wilde ezels en kudden geiten. De tekst eindigt met de belofte van de Geest van hierboven; vers 15-18. Zacharia 12:9-14 spreekt over de uitstorting daarvan.

 

D. De Shalom van het Messiaanse Rijk – Jesaja 32:15-20

15 Dan het zal geschieden, dat de wildernis tot een vruchtbare landstreek zal worden en de vruchtbare landstreek als een weelderig bos beschouwd zal worden.
16 Het recht zal in de wildernis verblijven en gerechtigheid zal in de vruchtbare landstreek wonen.
17 En het zal geschieden dat de uitwerkingen van gerechtigheid de Shalom zal zijn, want rechtvaardigheid bewerkt vrede en voortdurende veiligheid.
18 Dan zal mijn volk in het huis van de Shalom en in veilige woningen verblijven, ja in aangename, vredige plaatsen.

De Geest van hierboven is Gods geest die terugkeert naar Kanaän. De wildernis zal vruchtbaar worden en bloeien (Jesaja 35:1-10). Droge landstreken met schaarse begroeiing zullen als een weelderig bos worden. Het recht (dat is Gods recht) zal overal op de wereld de norm zijn. Zo zal de gehele wereld de shalom van Jahweh mogen genieten en een ieder zal in veiligheid wonen.

19 Maar hagel zal het woud doen neergaan en de stad (Babel) zal totaal vernederd worden.
20 Gezegend hij die de gang van os en ezel bestuurt en bij overvloedig water zaait.

Het Grote Babel is niet meer, de Antichrist gedood en Satan gebonden. De profetie sluit met het vreedzame beeld van een boer die zijn land beploegt en gewassen zaait in een vruchtbaar land.

 

E. Jesaja 33, Introductie

Jesaja 33 bejubelt de victorie van God en beschrijft het begin van het Messiaanse Rijk.

 

F. De Wereldsabbat breekt aan – Jesaja 33:1-6

1 Wee de verderver en jullie die niet verdorven zijn. Wee hen die verraden zijn, maar hem niet verraden hebben. Wanneer gij het verderven voltooid hebt, zult gij zelf worden verdorven. Wanneer uw verraad tot een climax komt, zal men u verraden.

De verderver is de Antichrist, zoals ook al bleek uit Jesaja 21:2 (Exegese). De omschrijving geeft aan wat hij doet; verderf verspreiden. Dat duidt op de vervolging van hen die God nog dienen en het getal van het beest niet dragen (Openbaring 13:16-17). Jullie die niet verdorven zijn (niet vervolgd worden) wijst op de handlangers van de Antichrist, want het betreft zijn bondgenoten. Van de Antichrist wordt ook gezegd dat hij zichzelf als een god zal verheffen. Die daad zal het hoogtepunt van zijn carrière vormen en tevens het begin van zijn val. Want hij verheft zich dan tegen Jahweh, de God der goden en dat doet niemand ongestraft. Daniël 11:36 spreekt daarover.

2 Jahweh, wees ons genadig. Naar u zien wij uit! Wees ons tot een uitgestrekte arm als (het heil) aanbreekt, ja onze verlossing in de tijd van verdrukking.

Jesaja smeekt om het ingrijpen van God en Die verlaat inderdaad de hemel (Jesaja 26:21). De uitgestrekte arm van God duidt de hemelse legermachten die Hem vergezellen. Het Messiaanse Rijk, de nieuwe tijd (als het heil aanbreekt) – staat op doorbreken, de verlossing is onderweg.

3 Vanwege uw ontzagwekkende stem vluchten de verbonden volken. Als U Zich verheft zullen de heidenvolken verpletterd worden.

Als God uit de hemel vertrekt, klinkt zijn ontzagwekkende stem (Openbaring 16:1).

4 Dan zal de buit van hen verzameld worden; een kaalslag als door vraatzuchtige insecten, alsof zwermen roofzuchtige sprinkhanen zich erop storten.

Het reusachtige leger van Gog wordt door De Plaag vernietigd. Zacharia 14:22 spreekt van wegteren. De oorlogsbuit valt onbeschadigd in de handen van de Israëlieten (Zacharia 14:14).

5 Jahweh is hoog verheven, want hij woont in de hoge. Hij zal Sion vullen met rechtmatig oordeel en gerechtigheid.

Proclameer dat zijn Naam hoog verheven is juicht ook Jesaja 12:4. God verlaat de hemel en komt naar Sion (Jesaja 26:21). Van die tijd af regeert Hij met rechtmatig oordeel en in gerechtigheid en zal Jezus Christus, Koning in zijn Naam zijn. Daarmee begint het Messiaanse Rijk.

6 Dan zal het anker van uw tijdperk gevormd worden door een rijkdom aan heil, wijsheid en kennis, want juist ontzag voor Jahweh is hun schat.

Zo zal de kennis en de wijsheid van God het anker voor de Shalom van het Messiaanse Rijk zijn.

 

G. Jahweh toont zijn Macht / Een Schuilplaats in de Bergen – Jesaja 33:7-16

7 Zie, daarbuiten schreeuwen de mannen van de Ariël het uit; de Engelen van de Shalom wenen bitter; de opgangen (naar Sion) wekken ontzetting.

De mannen van de Ariël zijn priesters die de brandoffers verzorgen. De Engelen van de Shalom de zeven aartsengelen. Het is halfweg De Grote Verdrukking als de Antichrist een beeld in de tempel opricht waar de geest Satan van invaart. Dat zal door iedereen aanbeden moeten worden, op straffe des doods. Zo wordt de tempel ontheiligd en dat wekt bitter wenen en ontzetting op.

8 De Sabbat zal doorbreken, het pad verbrekende van het verbond dat veracht werd. Zal een mens daar geen getuigenis van geven?

In contrast met de godslasterlijke gebeurtenis van vers 7, gaat Jesaja over in heilsprofetie. Want ondanks alles zal de wereldsabbat toch doorbreken. Het Messiaanse Rijk zal gevestigd worden.

9 Het land rouwt en kwijnt weg. De Libanon beschaamt en verwelkt. De Saron is gelijk de Arabah geworden, Basan en de Karmel zijn leeggeschud.
10 Nu zal Ik opstaan, zegt Jahweh; nu zal Ik verhoogd worden; nu zal Ik verheven worden!

Als door de oordelen van God en de oorlogen van de mens de aarde dreigt onder te gaan, is de beker van Gods toorn bijna leeg. Dan besluit Jahweh om persoonlijk naar de aarde te gaan – Nu zal Ik opstaan. Hij is op dat moment nog in de hemel en verlaat die (Jesaja 26:21 en 30:27). God neemt zelf het heft in handen. Het doel is duidelijk omschreven: nu zal Ik verheven worden!

11 U bent zwanger geworden van kaf; u zult stoppels baren. Uw geest is een vuur dat u verteren zal.
12 En het zal geschieden dat de verbonden volken zullen branden als ongebluste kalk; als weggekapte doornstruiken zullen zij in brand gestoken worden.

Gods vijanden worden ter verantwoording geroepen. Hun werken hebben waardeloos kaf en stoppels opgeleverd. Hun geest is vervuld met destructie. Gods oordeel zal hen verteren. De verbonden volken zijn een coalitie van heidenvolken, onder de banier van Gog uit Magog.

13 Hoor wat Ik heb gedaan, gij die ver weg zijt. En gij die dichtbij zijt, erken Mijn macht!

Dit is een Koninklijke proclamatie die tot de gehele wereld wordt gericht (ver weg en dichtbij). Als God zijn macht heeft gedemonstreerd, klinkt een ultimatum: Buig; geef Jahweh eer of sterf!

14 De zondaars jegens Sion zijn doodsbang. Beving bevangt de goddelozen. Wie dan kan verblijven in een verterend vuur? Wie toch kan verblijven in een altijddurende brand?

De vijand, de Antichrist en Gog met zijn bondgenoten, zondigen tegen Sion, de heilige tempel, symbool van een nieuwe tijd en van Gods aanwezigheid. Er is geen sprake meer van een strijd, waarvan de afloop onbeslist is, maar van verterende vuur van God en wie kan dan bestaan?

15 Hij die wandelt in gerechtigheid en in billijkheid spreekt, die woekerwinst uit afpersing veracht, die zijn handen niet bevuilt door steekpenningen te aanvaarden, die zijn oren niet toestopt als hij van bloedvergieten hoort en zijn ogen niet sluit als hij kwaad ziet.

Het antwoord op de vraag van vers 14 wordt hier gegeven. De profetie is tot het volk Israël in Kanaän gericht. Alleen zij, die rechtvaardig zijn, zullen het oordeel van God kunnen ontlopen.

16 Alleen hij zal op de hoogten wonen. Schuilplaatsen in de rotsen (in Sela) zullen zijn toe- vluchtsoord wezen. Zijn brood zal gegeven worden en aan water zal het hem niet ontbreken.

Halverwege De Grote Verdrukking zullen wetgetrouwe Joden Jeruzalem ontvluchten, omdat de Antichrist zich als een god verheft. Dat opent hen de ogen en doet hen beseffen, dat de Antichrist de beloofde Messias niet is. Tot hen klinkt de profetie van Jezus; Mattheüs 24:15-16 (HSV):

"Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan door de profeet Daniël gesproken is, op de heilige plaats ziet staan – wie het leest, geve er acht op – laten dan wie in Judea zijn, vluchten naar de bergen."

Zij die vluchten naar de bergen, vinden een toevlucht in Sela. Dat is een andere naam voor het huidige Petra, een oude stad in de bergen van Paran, in Jordanië, ten zuidoosten van Jeruzalem.

 

H. De Koning komt / Het Vrederijk breekt aan – Jesaja 33:17-24

De komende perikoop gaat grotendeels over de vluchtelingen in Petra.

17 Uw ogen zullen de Koning in zijn schoonheid aanschouwen. Zij zullen het land van verre zien.

Na De Grote Verdrukking worden de bannelingen in Petra opgehaald door koning Jezus. Als ze afdalen van de bergen van Paran, zien ze in de verte het beloofde land liggen; Kanaän. Wie daar ooit ter plaatse is geweest kan in de verte hetzelfde zien, de bergen van Juda; van Jeruzalem.

18 In uw hart zult u de verschrikkingen overdenken. Waar is hij die registreert? Waar is hij die afweegt? Waar is hij die overal schatting heft?

De ballingen van Petra zijn gevlucht voor de Antichrist, toen deze zich als een god verhief. Dat zijn de verschrikkingen die zij overdenken. Zij vragen zich af waar hij gebleven is. Waar is hij die registreert (de wereld in een ijzeren greep hield), die afweegt (het geldsysteem beheerste) en overal schatting heft. Ze zullen nauwelijks kunnen geloven dat de Messias hem gedood heeft.

19 Nabij is de bestemming van het volk. Men zal geen volk zien, dat naar occulte spraak luistert, noch spottend spreekt, zonder verstand.

De gevluchte ballingen zijn bijna op hun bestemming. Dat is geen weerspannig volk meer, zoals in het verleden het geval was. Dat occult belast was en zich tot de geesten van de onderwereld keerde en de ware God belasterde. Het zal een volk zijn ‘Gode toegewijd’.

20 Aanschouw Sion, de stad van onze samenkomsten. Uw ogen zullen Jeruzalem als een oord van vrede zien. De Tabernakel zal niet meer rondzwerven, noch zullen zijn tentpinnen ooit nog uitgetrokken worden en geen van zijn touwen zal nog gebroken worden.

Het zal een ontroerend moment zijn, als de ballingen uit Petra Jeruzalem binnentrekken. De stad wordt dan niet meer bedreigd door enige vijand of wreed verdrukt door de Antichrist. Het zal een oord van Vrede zijn, waar de Messias regeert en God woont.

21 Want als daar de macht van Jahweh is, ontstaat voor ons een plaats van waterstromen; waterlopen die zich aan beide kanten zullen verbreden. Geen galei met riemen zal daarop kunnen varen, geen schip van macht zal er doorgaan.

Met de komst van God naar de tempel in Jeruzalem wordt een bron uit de Tehom ontsloten die onder de tempel ontspringt. We noemen dat de tempelbeek. Dat is geen gewone rivier, waar boten op mogen varen. Die rivier bevat namelijk ‘levend water’. Ezechiël 47:12 HSV spreekt daar over:

"Langs de beek (of: rivier) zullen op haar oevers aan weerszijden allerlei vruchtbomen opschieten, waarvan het loof niet verwelkt en de vrucht niet opraakt; elke maand zullen zij vrucht dragen, omdat hun water uit het heiligdom komt; hun vruchten zullen tot spijze zijn en hun loof tot geneesmiddel."

22 Want Jahweh zal onze Rechter zijn. Jahweh zal onze Wetgever zijn. Jahweh zal onze Koning zijn. Hij zal ons verlossen.

Kan Jesaja nog duidelijker spreken? In duidelijke bewoordingen schetst hij de sjalom van het Messiaanse Rijk! Die profetie is nog onvervuld. Dat gaat nog gebeuren!

23 Hun banden worden afgeschud. Nauwelijks zullen zij hun mast in rechte plaatsen; nauwelijks zullen zij hun banier ontplooien, of de overvloedige buit zal verdeeld worden. Zelfs een lamme zal buit bemachtigen.

De overwinning op Gods vijanden wordt aangegrepen om een banier te plaatsen, als teken om het koningschap van Jezus over Kanaän te bevestigen. Daarna zal Zijn macht uitgebreid worden over de hele wereld. De buit komt van het leger van Gog, dat door De Plaag werd vernietigd (Zacharia 14:14 = Het vermogen van de heidenvolken - goud, zilver en kleding in zeer grote hoeveelheden).

24 Dan zal bijna geen inwoner meer zeggen: ik ben ziek. Want het volk dat daar woont zal de ongerechtigheid vergeven worden.

In het Messiaanse rijk zal ziekte een zeldzaamheid zijn. Mensen zullen een uitzonderlijk hoge leeftijd bereiken, zoals ooit voor de zondvloed het geval was (Jesaja 65:22). Kindersterfte zal niet meer optreden (Jesaja 65:23) en zelfs de natuur zal de Shalom genieten, want dieren zullen elkaar niet meer verscheuren (Jesaja 65:25). Wie toch nog ziek wordt, zal van het loof van de bomen eten die langs de tempelrivier staan en gezond worden. Bijna niemand zal nog kunnen zeggen: ik ben ziek… Bijna niemand? Ja, want ook dan zullen er nog mensen zijn die God in hun hart niet dienen. Die zijn zegeningen niet willen accepteren. De perikoop sluit met een wonderschone profetie. Want het volk Israël leeft heden onder de doem van het verbroken Sinaïtische Verbond. Dat wordt vervangen door Berit Olam (het Eeuwig Verbond), want al hun ongerechtigheid zal hen vergeven worden.

 

Copyright: Gert A. van de Weerd; PMI Boeken BV.

Terug naar overzicht
Aflevering 13: Vrede en bevrijding