2019 Aflevering 4: De Troonrede van Jahweh

vrijdag 25 januari

A. Jesaja 40-41:1-7; De Inauguratierede van Jahweh

In deze perikoop wijken we af van traditionele vertalingen en verklaringen. Gewoonlijk leidt dat tot allerlei protesten van andersdenkende theologen die mijn boeken lezen, maar dat is nauwelijks het geval. Prof. Dr. W.H. Velema (een bekend theoloog) had daar wel een verklaring voor. Hij zei: Het is niet zo eenvoudig om tegen deze exegese in te gaan, omdat je die heel breed fundeert in de Bijbel. Helaas is de traditie –  orthodox en vrijzinnig –, die een vervulling in de toekomst uitsluit, sterk en wordt die zelden uitgedaagd. Wij doen dat wel en laten alleen de grondtekst spreken. Die leidt ons naar een onvervulde toekomst. De profetie is gesteld in de verleden tijd van de profeten. Jesaja doet verslag van de Eindtijd alsof die reeds is ingegaan.

Deze perikoop is een inhuldigingsrede van God, waarin Hij het beheer van deze wereld tot zich trekt. Jezus wordt zijn stadhouder, met de titel koning; de troon van zijn voorvader David, zoals  de profeten voorzeggen. De rede wordt aan het begin van het Messiaanse Rijk door aartsengelen uitgesproken. U kijkt dus mee naar een onvervulde toekomst. We onderscheiden vijf onderdelen:

  1. De Declaratie van de Soevereiniteit van Jahweh (Jesaja 40:1-11)
  2. De Grootheid van Jahweh (Jesaja 40:12-17)
  3. Geen Macht Is aan Jahweh Gelijk (Jesaja 40:18-25)
  4. Jahweh, de Bron van het Ware Leven (Jesaja 40:26-31)
  5. De Victorie van de Raad Gods (Jesaja 41:1-5)

1. Jesaja 40:1-11 De Declaratie van de Soevereiniteit van Jahweh

1: Troost, troost mijn volk! Zo spreekt uw Godheid.

In de meeste vertalingen staat: Troost, troost mijn volk, zegt uw/jullie God. Zo suggereert men dat God over Zichzelf spreekt alsof Hij een ander is. Zo staat het niet in de grondtekst. Daar lezen we ’?l?hê (Godheid). En de enige andere goddelijke persoon, die bedoeld kan worden, is Jezus, zoals uit de volgende verzen blijkt. De spreker is waarschijnlijk een aartsengel die als heraut optreedt. 

2a: Spreek over het hart van Jeruzalem en proclameer dat haar strijd is gestreden en haar zondeschuld verzoend,

Het hart van Jeruzalem is de tempel. Want God gaat weer in de tempel wonen (Ezechiël 43:1-7). Jesaja getuigt daarover in hoofdstuk 24:14, 40:5, 60:2 en 66:23. En met de intrek van Jahweh in de tempel van Jeruzalem ontvangt Israël een beschermer die geen enkele bedreiging meer zal toelaten. Voor Israël geldt dan terecht dat haar strijd is gestreden. Er is sprake van een bekeerd Israël, want haar zondeschuld is verzoend. Ziet u de puzzelstukjes nu samenvallen?

2b want zij nam uit de hand van Jahweh het dubbele voor al haar zonden.

Die dubbele boete laat zich eenvoudig verklaren. God legde een bedekking op Israël, toen het Sinaïtische Verbond verbroken werd. Toen de Babylonische ballingschap ten einde was, riep God Israël op naar Kanaän terug te keren. Als dat was gebeurd en het volk zich bekeerd had, was God weer in de tempel komen wonen. Dan was de bedekking opgeheven, het heil aan Israël terug- gegeven en het koningschap van het huis van David herstelt. Helaas gebeurde dat niet (dat komt nog). Slechts een klein deel van de Joden keerde terug. Het grootste gedeelte bleef in Babylon of Egypte wonen en daarmee werd Gods zegen verspeeld. Gevolg was dat de Joden onder  het oordeel bleven. Inderdaad, dat is dubbele boete die zij over zichzelf afriepen.

3: Luid klinkt een stem: Maak in de wildernis de weg van Jahweh gereed! Baan voor onze Godheid een doorgaande weg in de Arabah.

Er is heel wat gefantaseerd over dit vers. Houden we ons echter aan de grondtekst, dan wordt er in de Eindtijd een weg aangelegd door de Arabah en dat is een woestijn ten zuiden van de Dode Zee. Die weg zal naar de bergen van Paran leiden, waar Petra ligt. En in Petra verblijft dan dat deel van Israël dat voor de Antichrist is gevlucht (Mattheüs 24:15-22). Zij worden opgehaald door de Godheid vs1 en dat is natuurlijk Jezus Christus.

4: Elke vallei zal verhoogd worden; elke berg en heuvel zal verzinken; elke oneffenheid zal geëgaliseerd worden en elke steile rots zal doorkliefd worden.

Aan het einde van De Grote Verdrukking, kort voor het begin van het Messiaanse Rijk, zal het Midden Oosten door een geweldige aardbeving getroffen worden (Zacharia 14:4, 5). Deze zal de Dode Zee opheffen tot boven het niveau van de de Arabah, waardoor deze via de Arabah in de Rode Zee zal leeglopen. Een enorme vloedgolf zal alles op zijn weg vernietigen, zoals ook vers 4 zegt. Na die vloedgolf blijft er een verwoest gebied over (de wildernis 3a) in de Arabah en daarom zal er eerst een weg aangelegd moeten worden, voordat de vluchtelingen kunnen terugkeren.

5a Dan zal de Heerlijkheid van Jahweh geopenbaard worden.

Met de Heerlijkheid van Jahweh wordt de Sjechina van Jahweh bedoeld. Dat is de omhulde aanwezigheid van God – de wolkkolom –, zoals die oudtijds aan Israël verscheen in de woestijn. Toen de tempel van Salomo werd ingewijd, trok de wolkkolom de tempel binnen. Zo ging God (of een deel van Hem) in de tempel wonen. Dat is wat hier beschreven wordt, nu in de toekomst, aan het einde van De Grote Verdrukking. Dat moment valt kennelijk samen met de terugkeer van de vluchtelingen uit Petra (vers 3 en 4), wat de feestvreugde nog een extra dimensie zal geven. Ook Ezechiël 43:1-7 profeteert over de toekomstige terugkeer van God naar de tempel.

5b:  en heel de mensheid zal het zien, want de mond van Jahweh heeft gesproken.

Wat een groots vertoon van almacht en autoriteit – de mond van Jahweh heeft gesproken. Met die woorden begint het Messiaanse Rijk en heel de mensheid zal het zien. Vroeger vond men dat een rare opmerking, maar heden is dat allemaal mogelijk via een wereldwijde tv uitzending.

Ter wille van de tijd springen we nu naar Jesaja 40:9a. Voor een veel uitgebreider exegese en de verzen 6-8 verwijzen we naar: Weerd, De Profeet Jesaja, Deel 2.

9a: Ga zelf op naar de hoge berg, naar Sion, de verkondigster van groot nieuws. Verhef uw stem met kracht, heraut Jeruzalem; verhef die en wees niet bevreesd.

Dit is een oproep aan alle mensen op aarde om op te gaan naar Jeruzalem om God te eren. De inwoners van Jeruzalem zullen daarin een belangrijke rol spelen, want zij zullen de kennis van Jahweh over de gehele wereld verspreiden. Jesaja 2:3b (Grondtekst) profeteert erover:

Want van Sion zal onderwijzing uitgaan en het Woord van Jahweh uit Jeruzalem.

Jeruzalem wordt dan het centrum, van waaruit de wereld geregeerd zal worden. De bevolking zal allerlei religieuze taken opgedragen worden, zoals het organiseren van de tempeldienst en het begeleiden van de stromen bedevaartgangers. Zacharia 8:20-23 spreekt daarover.

9b:  Zeg tot de steden van Juda: Aanschouw uw Godheid!

Dit is een opdracht aan de inwoners van Jeruzalem (heraut Jeruzalem). Zij hebben de Messias zien aankomen en aan hen wordt opgedragen om de grote Koning bekend te maken aan de omringende steden van Juda en de inwoners uit te nodigen naar Jeruzalem te komen.

10 Zie de Soeverein Jahweh. Hij komt met macht en Zijn Arm zal voor Hem heerschappij voeren. Zie, zijn loon is Hem nabij en zijn werk is voor Zijn aangezicht.

Jesaja beschrijft het begin van de Godsregering van het Messiaanse Rijk. Echter, daar denken veel exegeten anders over. Zij geloven niet in een voorzegde toekomst. Iemand die kan zien, zal een blinde nooit echt kunnen begrijpen. Dat geldt ook hier. Voor mij blinkt de tekst uit in helderheid. Maar als je geen zicht hebt op Eindtijdprofetie dan dwarrelen de mogelijke verklaringen alle kanten op. Nemen we de tekst echter serieus, dan spreekt die over de terugkeer van Jahweh naar de tempel in Jeruzalem. Hij komt niet in een land dat volgens eigen goeddunken geregeerd gaat worden door de inwoners, zoals onder het Sinaïtische Verbond het geval was. Dat betrof een tweezijdig verbond en dat was mislukt. Nu is sprake van een nieuw verbond – het Eeuwige Verbond. Dat is een eenzijdig verbond; van God uit en de Hoogheilige zal er zelf voor zorgen dat de bepalingen nu wel worden uitgevoerd. Daarom komt Hij met macht; als Soeverein. Zijn uitvoerende Arm, de Christus, zal voor Hem heerschappij voeren. Zo krijgt de Messias eindelijk zijn loon, maar ook een taak, want zijn werk is voor Zijn aangezicht. Dat werk is het regeren van de wereld, zoals dat Hem door zijn Vader wordt opgedragen.

11:  Als een herder zal Hij zijn kudde weiden. In Zijn armen zal Hij de lammeren samenbrengen en hen aan Zijn boezem drukken. De zogenden zal Hij zorgzaam leiden.

Jesaja 40:11 wijst duidelijk op Jezus als toekomstige Messiaskoning van Israël. Spreken teksten als Psalm 2:9 en Openbaring 2:27, 12:5, 19:15 over zijn rol als machtige heerser die het kwaad met harde hand bestrijdt; hier wordt de zachte kant van Jezus getoond, zoals ook in Johannes 10:14-18. Want in het Messiaanse Rijk breken grootse tijden aan voor een ieder die verdrukt wordt. Worden armen opgericht, zieken genezen en bedroefden opgemonterd. Daar zal het Recht zegevieren. Dat is geen recht volgens de letter van de wet, maar recht naar vermogen; dus naar billijkheid. En heel die geweldige belofte wortelt in de liefde van Jezus Christus voor de mens.

 

2. Jesaja 40:12-17 De Grootheid van Jahweh

12: Wie heeft de wateren met zijn holle hand opgemeten? Wie bakende de hemelen af met de span van zijn hand? Wie heeft de massa van het stof der aarde bepaald? Wie woog de bergen op een waag en de heuvelen op een weegschaal?

13: Wie heeft de diepste roerselen van de Geest van Jahweh gepeild. Heeft iemand Hem ooit raad gegeven?

14: Met wie overlegde Hij, opdat Hij onderscheidingsvermogen zou verwerven? Wie onderwees Hem de weg van het rechtmatig oordeel? Wie heeft Hem kennis onderwezen en maakte Hem de weg van wijs inzicht bekend?

Wat kun je hier nog aan toe voegen? De tekst zet een God neer die onbeperkte macht en wijsheid bezit. De begrippen overstijgen de menselijke maat en dan past slechts eerbied.

3. Jesaja 40:18-25 Geen Macht Is aan Jahweh Gelijk

De Inauguratierede gaat verder met een ongemeend stuk sarcasme. Het zijn retorische vragen die het idee, dat mensen afgoden aanbidden die ze zelf vervaardigd hebben, belachelijk maken (vers 18-20). Het tweede deel van de perikoop beschrijft nogmaals de almacht van God, nu als heerser over de aarde. De perikoop eindigt met een soort samenvatting van de voornemens van God.

23: Hij doet dictators verdwijnen; Hij maakt de rechters van de aarde werkeloos.

24: Nog maar nauwelijks geplant –; nog maar nauwelijks gezaaid –; nog maar nauwelijks wortelt hun stek in de grond –; of de avondwind strijkt erover en zij verdrogen. En de orkaan neemt ze mee als ware het kaf.

Tegenover de almacht van God staat de macht van de geweldenaars van deze wereld (dictators en rechters) die maar tijdelijk is en vergaat. Maar de profetie gaat verder. Gezien de context en de doelstelling van de Raad Gods wordt hier over het Messiaanse Rijk gesproken. Want onder de zegenrijke regering van koning Jezus Christus zal geen dictator meer aan de macht komen en worden rechters, die het ‘recht van de wereld’ toepassen, niet meer geduld. Dan geldt uitsluitend het Goddelijk recht.

24: Welnu, met wie wilt u Mij vergelijken of ben Ik gelijkwaardig? – zegt de Heilige.

De Hoogheilige is dus met niemand te vergelijken. Hij is de Ene en de Enige!

4. Jesaja 40:26-31 Jahweh: De Bron van het Ware Leven

In dit deel van de rede van Jahweh ‘toont’ God aan de toehoorder (of lezer) zijn twee Grootste Werken: De schepping van het heelal en De Raad Gods die aan die schepping zin verleent.

26: Sla uw ogen op naar wat hoog boven u is en zie! Wie schiep iets dergelijks? – de verschijning van myriaden sterren, die Hij allen bij name ontbiedt. Vanwege Zijn almach en alvermogen ontbreekt er niet één.

Hier zwijgen we in eerbied.

28: Begrijpt u helemaal niets? Is het nog niet tot u doorgedrongen? De eeuwige God, Jahweh, is de Schepper van de einden der aarde. Hij wordt niet moe, noch raakt Hij uitgeput. Zijn wijs inzicht is niet te doorgronden .

29: Die uitgeput zijn geeft Hij kracht en de berooide overvloed.

30: Zelfs jongeren raken uitgeput en zwoegen voort; de jonge mannen strompelen.

31: Maar die Jahweh blijven verwachten zullen nieuwe kracht ontvangen. Zij zullen oprijzen als op adelaarsvleugels; zij zullen voortsnellen, maar niet buiten adem raken; zij zullen voortgaan maar niet bezwijmen.

De perikoop eindigt met een hoopvolle belofte die in het Messiaanse Rijk werkelijkheid zal worden. Maar…, wellicht ziet de profetie nog verder en spreekt die van het eeuwige leven, waar niemand ooit nog ziek, moe of mat wordt; Johannes 6:48-51.

5. Jesaja 41:1-5 De Victorie van de Raad Gods

1a  Kom in vrede naar Mij toe, gij kustlanden en volken.

Na de dood van de Antichrist en de ondergang van de legers van Gog door De Plaag (Zacharia 14:7), aan het einde van De Grote Verdrukking,  is er geen vijandelijke macht van betekenis meer over op aarde. Kort daarna wordt de soevereiniteit van God over de aarde uitgeroepen en Jezus Christus aangesteld als koning in Jeruzalem. Er gaat nu een algemene oproep uit van God die waarschijnlijk uitgesproken wordt door de Elohim (aartsengelen). Zij sommeren de kustlanden (= de grote bevolkingscentra) en volken om in vrede naar Mij (= God) toe te komen. Dus: In ootmoed en eerbied naar de tempel van God in Jeruzalem te gaan.

1b  Laat hen van sterkte veranderen.

De profetie ‘ziet’ vanuit een tijdstip aan het begin van het Messiaanse Rijk terug in het nabije verleden. We noemen dat ‘de verleden tijd van de profeten’. In dat verleden werd de sterkte van de heidenvolken door de Antichrist vertegenwoordigd. Hij was hun Führer. Onder de regering van de Messias gaat dat veranderen. De volken moeten van sterkte veranderen; trouw zweren aan Jahweh. Dat is een dwingende eis. Wie weigert wordt met harde hand tot de orde geroepen.

1c  Laat hen dan naderen tot elkaar. Laten zij met elkaar spreken.

De volken die trouw zweren, worden opgeroepen om naar Jeruzalem (haar vs1d) te gaan. Het woord naderen (Hebreeuws: nâhash) heeft een intieme ondertoon. Hier duidt het op een vorm van verbroederen (tot elkaar). De bekeerde volken worden gesommeerd om met elkaar te spreken. Om alle vijandschap te laten varen en tot vriendschappelijke betrekkingen te komen.

1d  Laat ons ten behoeve van het rechtmatig oordeel dicht tot haar naderen.

Zo komen de heidenvolken, nadat zij zich verbroederd hebben, eensgezind naar Jeruzalem (haar) en stellen zich onder Gods rechtmatig oordeel. Dan wordt bepaald wie schuldig is. En als Jahweh recht heeft gesproken, worden die volken onder de wet van het Messiaanse Rijk gebracht.

10: Wie wekte het Recht in het oosten? Hij riep Hem aan Zijn voet. Hij doet heidenvolken voor Zijn aangezicht komen en onderwerpt koningen. Hij doet hun zwaard verpulveren, hun boog als kaf verwaaien.

Dat Recht wordt door God persoonlijk naar Jeruzalem gebracht als Hij gaat wonen in de tempel. Want de Heerlijkheid van de HEERE komt inderdaad uit het oosten, zoals Ezechiël 43:2 getuigt. En als dat Recht over de wereld wordt uitgeoefend, is het uit met elke tegenstand. Dan komen de heidenvolken jaarlijks naar Jeruzalem (voor Zijn aangezicht) om Jahweh eer te bewijzen. De wapens van hen, die dan nog tegenstand bieden, worden verpulverd (hun boog zal als kaf verwaaien). De oproep tot bedevaart naar Jeruzalem is geen vrijblijvende invitatie. Het is een dwingende eis die elk volk dient in te willigen. Dat geldt vooral voor het bijwonen van het Loofhuttenfeest. Zacharia 14:16 en 17 spreekt daarover.

3  Hij gaat achter hen aan, de Shalom trekt voort; een pad dat Zijn voeten nog niet gingen. 

Jahweh (Hij) onderwerpt de volken (gaat achter hen aan). En zijn uitvoerende rechterhand, Jezus Christus, de Messias Vredevorst, draagt de Shalom uit. Dat is inderdaad een pad dat Zijn voeten nog niet gingen. Hij kwam bij zijn eerste komst als de lijdende knecht des HEEREN, Hij komt terug om de mensheid vrede te brengen en dat zal de wereld veranderen.

4: Wie was daar mee bezig en volbracht het? Die de generaties vanaf het begin riep – Ik, Jahweh, ben de Eerste, maar ook aanwezig bij de toekomst: Ik ben de Enige.

Deze profetie vormt de echo en bevestiging van het Shema dat we in Deuteronomium 6:4 vinden:  Hoor, o Israël: Jahweh is onze God; Jahweh is één. Met het eerste Shema werd het Sinaïtische verbond ingeluid. Het tweede en laatste Shema zal klinken bij de bevestiging van het Eeuwige Verbond: Berit Olam. Het vertegenwoordigt de hoogste eed op aarde.

5: De kustlanden zagen het en vrezen. De einden van de aarde beven. Zij naderen tot Jahweh; zo komen zij.

En onder dat nieuwe  verbond zal heel de wereld Jahweh dienen. Die in Hem geloven zullen Hem liefhebben. Die zijn vijanden waren, zullen Hem vrezen en zich onderwerpen.

Terug naar overzicht
2019 Aflevering 4: De Troonrede van Jahweh