2019 Aflevering 2: De Woestijn zal Bloeien

vrijdag 11 januari

A. Jesaja 35, Introductie

Dit is een ontroerend hoofdstuk. Het is een visioen op de toekomst, namelijk het begin van het Messiaanse Rijk. Die mening zult u helaas bij weinig Bijbelgeleerden vinden. De grondtekst spreekt echter duidelijke taal.

 

B. De Woestijn zal Bloeien

Jesaja profeteert over het begin van het Messiaanse Rijk, kort na De Grote Verdrukking. Dan zal Jahweh een rivier van levend water ontsluiten onder de tempel in Jeruzalem. Die zogenaamde tempelrivier splitst zich in twee stromen. Eén vloeit af naar de Middellandse Zee, de andere tak zal eerst oostwaarts gaan en dan naar het zuiden afbuigen. Zacharia 14:8 (HSV) spreekt erover:

Op die dag zal het geschieden dat er levend water vanuit Jeruzalem zal stromen, de ene helft ervan naar de zee in het oosten en de andere helft ervan naar de zee in het westen: 's zomers en 's winters zal het plaatsvinden. 

Die rivier zal dorre streken tot uitbundige vruchtbaarheid brengen; Jesaja 35:1, Grondtekst:

1: De wildernis zal zich verblijden, evenals het dorre land. En de Arabah zal jubelen en bloeien als een roos en zijn bloei zal uitbundig zijn.

De profetie zet in met een dichterlijke jubel over de zegeningen van het Messiaanse Rijk. De wildernis ziet op braak liggend land dat verwaarloosd is. Het dorre land op de woestijnachtige gebieden van Kanaän. De Arabah is een woestijn die ten zuiden van de Dode Zee ligt. Aan het einde van De Grote Verdrukking zal een enorme aardbeving de Dode Zee opheffen tot het niveau van de Arabah. Een rivier van levenbrengend water zal onder de  tempel ontspringen en via de opgeheven Dode Zee door de Arabah naar de Rode Zee stromen, waardoor dit gebied tot grote vruchtbaarheid zal komen. Jesaja 35:2, Grondtekst, geeft nog meer details:

2: Dan zal gejubel klinken en ook gejuich en vreugdegezang. De luister van de Libanon zal haar gegeven worden; de schoonheid van de Karmel en de Sharon. Dat zal de glorie van Jahweh aan het licht brengen; de majesteit van onze Godheid.

De profetie gaat verder met een bloemrijke beschrijving van de luister van de Arabah. Die wordt vergeleken met de Libanon, de Karmel en de Sharon. Dat zijn streken die van oudsher bekend stonden om hun grote vruchtbaarheid en landschappelijke schoonheid. De profetie zet dus een beeld van een soort Hof van Eden neer in een voormalige woestijn.

De uitbundige vruchtbaarheid van de Arabah is niet alleen een geschenk aan Israël. Het dient ook om de glorie van Jahweh aan het licht brengen en de majesteit van onze Godheid. Het woord majesteit (hâdâr) is verbonden met koningschap (als Psalm 21:3-5). Het wijst op het koningschap van Messias Jezus, in het Messiaanse Rijk (onze Godheid).

De profetie zoomt in nu op de benarde positie van Gods volk; Jesaja 35:3-4, Grondtekst:

3: Versterk de handen van de zwakke en maak de knikkende knieën sterk om te gaan.

4: Zeg tot de angstige van hart: Wees sterk! Vrees niet! Zie, uw eigen God van wraak zal komen; de vergelding van de Elohim. Hijzelf zal komen en Hij zal u verlossen.

God spreekt tot het gelovige deel van Israël en tot gelovigen uit de volken in de Eindtijd. De aankondiging uw eigen God zal komen is ontroerend, want dat kan alleen tot ware gelovigen gezegd worden. De wraak treft natuurlijk de vijanden van God en van alle ware gelovigen.

4b: de vergelding van de Elohim

In Openbaring wordt over zeven verderfengelen geschreven. Hen wordt opgedragen de oordelen van God aan het eind der tijden uit te voeren (Openbaring 8-10 en 16:1). Het is waarschijnlijk dat deze zeven belangrijke taken voor Jahweh uitvoeren. We vinden ze ook in Ezechiël 9, waar ze Jeruzalem binnen trekken. En ook daar voeren zij een oordeel van God uit. Van deze zeven zijn vier aartsengelen aanvoerders van de hemelse legers (de vier wagens van Zacharia 6) die na de

oordelen de wereld onder controle van Messias Jezus zullen brengen. De resterende drie worden in Jeruzalem gestationeerd en zullen daar de gelovigen in de laatste weken van De Grote Verdrukking beschermen. Jesaja 4:5-6 spreekt daarover. We citeren de grondtekst:

5: Dan zal Jahweh boven geheel het bewoonde gebied van de berg Sion en boven de heilige samenkomsten aldaar een wolk scheppen bij dag en rook met een vuurgloed bij nacht.

6: Voorzeker, over heel de GLORIE zal het een beschutting vormen en dit zal tot onderkomen dienen, gelijk de schaduw tegen de hitte van de dag; en als een toevluchtsoord, zoals een schuilplaats tegen storm en regen.

We springen nu naar Jesaja 35:8-10 Grondtekst

8: Daar zal een bedevaartsweg zijn, een route die De Camino Sacra (De Heilige Weg) genoemd zal worden. Wie onrein is zal daar niet over reizen, noch zal iemand voor eigen doeleinden die weg gaan. Ook zullen verdorven dwazen er niet op ronddolen.

9: Daar zal geen leeuw zich ophouden, noch verscheurende dieren. Zij zullen haar niet kunnen betreden; zij zullen daar niet gevonden worden. Alleen zij, die verlost zijn, zullen daarop wandelen.

Door de Arabah zal een weg aangelegd worden. Die zal men De Camino Sacra (De Heilige Weg) noemen. Waarschijnlijk krijgt deze weg die naam, omdat daarover het gevluchte deel van het volk Israël, onder aanvoering van de Messias, in triomf zal terugkeren. De Camino Sacra is alleen voor hen die verlost zijn. Dat zijn gelovige Israëlieten die uit Israël zullen vluchten (Mattheüs 24:16-22), als de Antichrist het beeld van het beest opricht in de tempel. Zij zullen een toevlucht vinden in Petra, alwaar zij door Jahweh bewaard zullen worden. De vluchtelingen worden door  Messias Jezus uit Petra opgehaald en zullen over de Camino Sacra naar Jeruzalem terugkeren. In later jaren zal deze weg alleen nog door bedevaartgangers betreden mogen worden.

Het woord gâ’al (verlost) is nauw verbonden met de wet op het bloedverwantschap. Die hield in dat een Israëliet, die zich wegens verarming als slaaf verkocht had, door één van zijn naaste verwanten werd losgekocht. Een soortgelijke relatie bestond tussen God en Israël op grond van verkiezing. Hier betreft dat het Nieuwe Verbond (Berit Olam). Dat treedt echter pas in werking als het volk Israël tot bekering is gekomen en dat is inderdaad het geval met de vluchtelingen in Petra. Zij staan vanaf dat moment onder Gods bescherming (Jesaja 35:10, Grondtekst):

10: Dan zullen zij, die door Jahweh zijn bevrijd, terugkeren. Zij zullen Sion al zingende binnen- gaan. Een nooit aflatende vreugde zal op hun gezicht liggen. Ja, blijdschap en vreugde zullen hen overweldigen en zo zullen zorg en bekommernis wegvluchten.

Je ziet het haast voor je: jubelende en zingende mensen, die hun Messias gevonden hebben en het Messiaanse Rijk mogen binnengaan. We zien hier een treffende overeenkomst met de intocht in Jeruzalem – Mattheüs 21:1-11 (HSV) – die een voorafschaduwing is van deze gebeurtenis.

____________________________________________________________________________________________

De Raad der Heiligen

We spraken al over de zeven verderfengelen. Dat zijn aartsengelen en over hun positie willen we eerst duidelijkheid scheppen. Psalm 89:8 (NBG) getuigt: God is zeer ontzagwekkend in de raad der heiligen. Er bestaat dus een raad van hoge hemelwezens. De leden zijn: Jezus Christus en zeven aartsengelen. De zeven geesten of aartsengelen zijn engelvorsten van grote macht. Wij kennen er twee bij naam: Michaël en Gabriël. Deze zeven spelen een belangrijke rol spelen in de Eindtijd (vier daarvan vinden we in Zacharia 6:4-5 beschreven). De Joodse traditie noemt ook de andere vijf bij naam: Uriël, Raphaël, Raguël, Jeremiël, en Saraquël. Binnen die Raad is Jezus de achtste en de leider. Micha 5:4 spreekt daarover. We geven eerst de HSV-vertaling:

Hij zal Vrede zijn. Wanneer Assur in ons land zal komen en wanneer hij onze paleizen zal betreden, zullen wij tegen hem zeven herders doen opstaan en acht vorsten uit de mensen.

Helaas is dit een typisch geval van een slechte vertaling. Er staat in de grondtekst:

En dit zal tot vrede zijn: Wanneer dan Assur ons land binnenvalt en hij optrekt door onze vestingen, dan zullen Wij 1) zeven herders tegen hem opwekken; ja zelfs een achtste, als leiders der mensheid 2).

1) God en Jezus Christus. 2) Vertaling: Van de Weerd; De Profeet Micha.

Micha 5:4 beschrijft een moment in de Eindtijd, aan het einde van de Grote Verdrukking, als het leger van Gog uit Magog 3) tegen Jeruzalem optrekt voor de laatste slag (Armageddon).

3) In het boek Micha is Assur/Assyrië het archetype van Gog en Magog.

De achtste uit Micha 5:4 is Jezus Christus en de zeven herders zijn de zeven aartsengelen of, zoals Openbaring 4:1 ze beschrijft: de zeven geesten 4), die voor Zijn troon zijn (Zie ook: Openbaring 3:1; 4:5 en 5:6). Deze goddelijke acht zullen aan het einde van de Grote Verdrukking leiding geven aan hen die God trouw gediend hebben en zich niet voor het beeld van het beest gebogen heeft. Zij staan opgetekend in een hemels boek; Openbaring 13:8 (HSV) spreekt erover:

En allen die op de aarde wonen, zullen het aanbidden, althans van wie de namen niet zijn geschreven in het boek des levens van het Lam Dat geslacht is.

Jahweh en de goddelijke acht maken een eind aan de oorlog door de vijand totaal te vernietigen. Ezechiël 38 en 39 geeft daarover huiveringwekkende details. Na die veldslag begint de vrede (En dit zal tot vrede zijn) van het Messiaanse Rijk onder koningschap van Jezus Christus.

4: De tekst spreekt van 'geesten', omdat aartsengelen, in tegenstelling tot gewone engelen, zelfstandig denkende wezens zijn, die goed en kwaad kunnen kiezen en onderscheiden.

De Kwade Achtste: de Antichrist

Luther noemde Satan de aap van God, omdat deze vaak God ten kwade probeert te imiteren. De goddelijke Raad – de Zeven en de Achtste – imiteert Satan ook. De duivelse tegenvoeter van Jezus Christus, die ook de achtste wordt genoemd, vinden we in Openbaring 17:11 (HSV):

Het beest dat was en niet is, is ook zelf de achtste en hij is uit de zeven en gaat naar het verderf.

Dat beest is de Antichrist, een mens waar de geest van Satan in gevaren is.

De Zeven Koningen

Openbaring 17:11 lijkt moeilijk te doorgronden. Gelukkig geeft Daniël aanvullende informatie. Want als hij over tien horens spreekt (Daniël 7:24), dan zijn dat tien koningen die opkomen in het herstelde Romeinse Rijk van de Eindtijd. Volgens Daniël 7:8 verschijnt er na hun opkomst nog een elfde hoorn (= de Antichrist) die groter (= machtiger) wordt dan de tien koningen en drie ervan ten val brengt. Dus blijven er zeven koningen over, plus de grote nieuwe hoorn. Die zeven zijn de resterende machthebbers – dan vazallen van de Antichrist – van het toekomstige herstelde Romeinse Rijk die overblijven, nadat de Antichrist (de grote hoorn) de macht gegrepen heeft. De Antichrist is daarmee de achtste geworden. Daarmee is Openbaring 17:11 duidelijk geworden. Zo zien we een opvallende na-aperij van hemelse affaires door Satan. Aan heilige zijde strijden zeven aartsengelen en Jezus Christus. Aan demonische zijde zeven koningen en hun gebieder; de Antichrist. Het getal zeven zien we overigens ook nog terug in Openbaring 17:9 (HSV):

Hier blijkt het verstand dat wijsheid heeft. De zeven koppen zijn zeven bergen, waarop de vrouw zit. Ook zijn het zeven koningen:

Helaas moeten we de tekst corrigeren. In de grondtekst staat na bergen (of: heuvels) nog een keer zeven en de zin sluit met: zijn (er). We lezen geheel Openbaring 17:9 (grondtekst):

Hier komt het aan op wijsheid en inzicht: De zeven koppen zijn zeven heuvels. Zeven waarop de vrouw zit en zeven koningen zijn er.

Dat zinsdeel kan nog wat beter worden vertaald. Want de herhaling van het woord zeven luidt vaak een vergelijking in. Ook het slot zijn er wijst daarop. Dat voert ons tot de volgende tekst:

Hier komt het aan op wijsheid en inzicht: De zeven koppen zijn zeven heuvels; zeven waarop de vrouw zit. Zo zijn er ook zeven koningen.

De Vijf Rebellerende Aartsengelen

In Openbaring 17:10a (NBV) staat geschreven: Vijf van hen zijn omgekomen. Dat is geen goede vertaling. Het woord epesan betekent namelijk: zijn gevallen (als in Openbaring 6:13 NBG: En de sterren des hemels vielen op de aarde). We gaan daarom over naar de HSV-vertaling vers 10:

vijf zijn er gevallen, een is er, de andere is nog niet gekomen, en wanneer hij komt, moet hij een korte tijd blijven.

De HSV-vertaling knoopt vers 10a vast aan 9 en suggereert zo dat over de zeven koningen wordt gesproken. Dat klopt niet. De Griekse grondtekst opent namelijk met hoi (dat is meestal de, soms ervan). Indien nu vijf een zelfstandig naamwoord is (in de betekenis ‘de vijf’, zoals hier), dienen we met de te vertalen, evenals dat in Mattheüs 3:16 (NBG) gebeurt. We gaan daarom verder met een directe vertaling uit de  Griekse grondtekst. Er staat in Openbaring 17:10a  hoi (de) pente (vijf) epesan (zijn gevallen) kai (en) ho (de) heis (één/ene) estin (is) ho (de) allos 10) (ander/anderen) oup? (nog niet) ?then (is gekomen) Of, samengevat:

De vijf zijn gevallen. (Zij) vielen neer en de ene is (er nu), de anderen zijn nog niet gekomen.

En in Openbaring 17:10b (grondtekst) staat geschreven:

kai (en) hotan (zo gauw als/wanneer dan) elth?i (hij gekomen is/komt) oligon (kort/weinig) auton (hij/hem) dei (moet) auton (hij/hem) meinai (verblijven). We lezen de letterlijke vertaling:

Zo gauw als hij gekomen is, kort/weinig (tijd) hij – moet hij (ver)blijven.

Of, in goed Nederlands: Zo gauw als hij gekomen is, heeft hij weinig tijd (en) moet hij blijven.

Nu de gehele verbeterde tekst van Openbaring 17:9-11

9:  Hier komt het aan op wijsheid en inzicht: De zeven koppen zijn zeven heuvels; zeven waarop de vrouw zit. Zo zijn er ook zeven koningen.

10: De vijf 9) zijn gevallen. Zij vielen neer en de ene 10) is er nu. De anderen 8) zijn nog niet gekomen. Zo gauw als hij 11) gekomen is, heeft hij weinig tijd (en) moet hij blijven.

11: En het beest, dat was en niet is, is zelf ook de achtste, maar het is uit de zeven en het vaart ten verderve.

In de bovenstaande verzen komen we een moeilijkheid tegen. Want in vers 10a is eerst sprake van de ene 10), die er al is (is er nu) en vers 10b spreekt van een hij 11), die nog komen moet. Die hij kan de ene dus niet zijn. Er zijn twee mogelijke verklaringen:

  1. Eén oplossing is om dit zinsdeel te verbinden met het vers erna. Dan wijst hij 11) op het beest van vers 11 (= de Antichrist), maar die verklaring staat zwak
  2. Het woord allos 8) (anderen) benoemt overigen/anderen van dezelfde soort (Indien niet dezelfde soort bedoeld wordt, gebruikt het Grieks heteros). Daarop afgaande ziet hij 11) op de vijf  9) minus de ene 10); dus de overige vier. Nu is vers 10b wel in de derde persoon enkelvoud gesteld, maar dat maakt hier niet uit. De primaire betekenis van allos 11) is ‘anders’ in de zin van ‘het overige deel’. Hier is dat het deel van de vijf minus de ene die al genoemd is; dus de vier. In onze taal zouden we daarom in dit geval meervoud kunnen lezen; dus: Zo gauw als ze gekomen zijn, hebben ze weinig tijd (en) moeten ze blijven.

Samenvatting van de Exegese

  1. Satan (de ene 10)) werd uit de hemel geworpen.
  2. Zeven aartsengelen met hun gevolg bleven God trouw. Die Zeven vormen samen met Jezus Christus de Raad der Heiligen.
  3. Uitgaande van twaalf hebben dus vier aartsengelen de kant van Satan gekozen. Zij werden hoge demonen. Dat is een derde deel van de oorspronkelijke twaalf – zoals Openbaring 12:4 bevestigt. Openbaring 12:7 noemt hen De draak (Satan) en zijn (vier) engelen.
  4. De zondeval van Satan en de vier rebellerende aartsengelen vond plaats lang voordat Adam werd geschapen.
  5. Het totaal aan afgevallen aartsengelen, inclusief Satan, is vijf; wat weer precies klopt met Openbaring 17:10a, Grondtekst - De vijf zijn gevallen.
  6. Alleen Satan heeft heden vrij toegang tot de aarde, want hij is de overste van deze wereld (Johannes 12:31, 14:30, 16:11). De overige vier afgevallen aartsengelen niet. Dat wordt bevestigd in Openbaring 9:13-14 (HSV), waar staat geschreven: 
    En de zesde engel blies op de bazuin, en ik hoorde uit de vier horens van het gouden altaar dat vóór God stond, één stem komen. Die zei tegen de zesde engel die de bazuin had: Maak de vier engelen los die gebonden zijn bij de grote rivier, de Eufraat.
    De vier afgevallen aartsengelen zijn heden dus gebonden en hebben (gelukkig) nog geen vrije toegang tot de aarde.
  7. Deze gebonden, gevallen aartsengelen worden aan het einde van de Grote Verdrukking losgelaten; Openbaring 9:15 (HSV): 
    En de vier engelen werden losgemaakt. Zij waren in gereedheid gehouden tegen het uur en de dag en de maand en het jaar dat zij het derde deel van de mensen zouden doden.
  8. Openbaring 9:16 (HSV) profeteert verder nog: 
    En het aantal bereden troepen bedroeg tweemaal tienduizend maal tienduizend, en ik hoorde hun aantal.
    De vier afgevallen aartsengelen nemen een leger van ‘tweemaal tienduizend tienduizend’ mee. Dat is een leger van 200 miljoen. Dat zijn geen mensen maar afgevallen engelen; demonen dus. Zij zullen een derde deel van de wereldbevolking doden.
Terug naar overzicht
2019 Aflevering 2: De Woestijn zal Bloeien